Een chape is in de meeste gevallen de ideale ondergrond voor een gietvloer. Op een nieuwe, correct geplaatste chape zijn er zelden bijzondere voorbereidingen nodig. Toch merken we dat er vaak vragen leven over het type chape, de droogtijd en de aandachtspunten vóór de plaatsing van een gietvloer. In deze blog gaan we daar graag iets dieper op in. Want een mooi eindresultaat begint bij een goede basis.
Een chape is een uitvulling die boven op de draagstructuur, meestal beton, wordt geplaatst. Waar beton instaat voor de structurele stevigheid van een gebouw, zorgt chape voor een vlak oppervlak en correcte hoogtes in functie van de uiteindelijke vloerafwerking. In veel nieuwbouwprojecten is chape de standaard, omdat ze flexibel inzetbaar is, vlot geplaatst kan worden en zich goed leent voor verschillende vloerafwerkingen.
Zandcementchape is veruit het meest gebruikte type chape en wordt geprezen om haar brede toepasbaarheid en goede draagkracht. Deze chape bestaat, zoals de naam al doet vermoeden, uit een mengsel van zand, cement en water.
Voor gietvloeren vormt zandcementchape een zeer betrouwbare ondergrond, op voorwaarde dat ze voldoende droog is. Als richtwaarde geldt dat het restvochtgehalte lager moet zijn dan 2,5% vóór plaatsing van een gietvloer.
Vaak wordt gezegd dat een chape ongeveer 1 cm per week droogt, maar dit blijft een vuistregel. Droogtijd wordt beïnvloed door factoren zoals ventilatie, temperatuur, luchtvochtigheid en opbouwhoogte. Meten is weten en daarom voeren we tijdig vochtmetingen uit om zeker te zijn dat de chape voldoende droog is alvorens we de gietvloer plaatsen.
Anhydrietchape is een vloeichape op basis van calciumsulfaat, ook wel bekend als een gipsgebonden chape. Ze wordt vaak gekozen omwille van haar zeer vlak eindresultaat en hoge druksterkte. Vooral in situaties waar weinig beschikbare hoogte is, kan dit een interessante oplossing zijn.
Omdat anhydrietchape harder en dichter is dan zandcement, vraagt ze wel een specifieke voorbereiding bij plaatsing van een gietvloer. Voor een goede hechting moet de toplaag van deze chape harder geschuurd worden, vaak met diamant. Op die manier wordt de huid geopend en kan de gietvloer zich correct hechten aan de ondergrond. Daarnaast is de droogtegraad van anhydrietchape cruciaal. Omdat het om een gipsgebonden materiaal gaat, is deze chape gevoelig voor vocht. Het restvochtgehalte mag daarom maximaal 0,5% bedragen vóór plaatsing van een gietvloer. Blijft er te veel vocht aanwezig, dan kan de chape haar sterkte verliezen of opnieuw zachter worden, met risico op hechtingsproblemen tot gevolg. Om diezelfde reden is anhydrietchape doorgaans minder geschikt voor vochtige ruimtes, zoals badkamers of inloopdouches.
Bij renovaties werken we vaak op een bestaande chape waarop een andere vloerafwerking lag. In veel gevallen is zo’n chape al voldoende droog om een gietvloer op te plaatsen, wat een groot voordeel is. Wel hangt de uiteindelijke staat sterk af van hoe de vorige vloer werd uitgebroken. Wanneer dit zorgvuldig gebeurde, blijft de chape meestal vlak en stabiel. Is de afwerking agressiever verwijderd, dan kunnen er oneffenheden, beschadigingen of loszittende zones ontstaan. In dat geval egaliseren we de ondergrond opnieuw of herstellen we plaatselijk de chape, zodat we opnieuw kunnen vertrekken van een vlak en egale basis voor de gietvloer.
Ook hier geldt: elke situatie is anders. Daarom beoordelen we bestaande chapes altijd vooraf, zodat eventuele voorbereidende werken tijdig en correct kunnen gebeuren.
Wanneer er vloerverwarming aanwezig is, moet de opstartcyclus volledig doorlopen zijn vóór de plaatsing van de gietvloer. Door de temperatuurschommelingen “leeft” de chape, en eventuele haarscheurtjes die daarbij ontstaan, kunnen dan nog correct bijgewerkt worden.
Als deze cyclus niet doorlopen wordt, bestaat het risico dat de bewegingen pas plaatsvinden nadat de gietvloer geplaatst is, wat schade kan veroorzaken aan de afwerking.
Uitzetvoegen zijn geen detail, maar een essentieel onderdeel van de vloeropbouw. Er bestaan duidelijke normen over waar en hoe vaak ze voorzien moeten worden. Dit wordt bepaald door de chapper en de installateur van de vloerverwarming.
Waar deze voegen aanwezig zijn, nemen wij ze correct over in ons systeem. Ze worden zo behandeld dat we de gietvloer over de uitzetvoeg kunnen plaatsen én de chape kan blijven werken bij temperatuurwisselingen.
Een gietvloer heeft een relatief beperkte opbouwhoogte. Afhankelijk van het gekozen systeem bedraagt de totale dikte gemiddeld ongeveer 3 mm. Dat betekent dat de chape doorgaans tot net onder het uiteindelijke vloerniveau wordt geplaatst.
Wanneer een gietvloer gecombineerd wordt met een andere vloerafwerking, zoals tegels, wordt er vaak in verschillende niveaus gechapt. De chape onder de gietvloer ligt dan iets hoger dan die onder de tegels, omdat de tegelafwerking zelf dikker is. Zo komen beide vloerafwerkingen uiteindelijk netjes op hetzelfde eindniveau uit, zonder drempels of hoogteverschillen. Dit soort hoogte-afstemming gebeurt best al in de ruwbouwfase. Een correcte voorbereiding voorkomt later extra werk of ongewenste overgangen.
Gietvloeren zijn perfect geschikt voor badkamers en worden ook vaak toegepast in inloopdouches. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is waterafvoer. Water moet vlot kunnen wegstromen en mag niet blijven staan in de douche of uitlopen naar de rest van de ruimte. Daarom wordt in een inloopdouche altijd gewerkt met een afschot richting de douchegoot. Die helling moet reeds in de chape voorzien zijn. Met een gietvloer van enkele millimeters dik kan dit hoogteverschil niet gecreëerd worden.
In sommige situaties kan er gewerkt worden met een bijkomende uitvullaag in sneldrogend egalisatiemateriaal, maar ook dat gebeurt vóór de plaatsing van de gietvloer en altijd in overleg. Het is dus belangrijk dat deze details vooraf besproken worden, zodat alles technisch correct voorbereid kan worden.
Een chape wordt in veel gevallen gewapend om scheurvorming te beperken. Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld met metalen netten of met vezelversterking. Beide oplossingen zijn in principe geschikt als ondergrond voor een gietvloer. Bij vezelversterkte chape is het wel belangrijk dat we dit op voorhand weten. Tijdens de voorbereiding wordt het oppervlak dan specifiek behandeld zodat de vezels geen invloed hebben op de hechting of het eindresultaat van de gietvloer.
Met de juiste voorbereiding leg je een sterke basis voor je gietvloer. Heb je na het lezen van deze blog nog vragen of twijfel je over de beste aanpak in jouw project? Dan staan we graag klaar om je verder te helpen.